Natuurlijke hulptroepen
Arjen Kok, aardbeienteler in het Noord-Hollandse Zwaagdijk, is al sinds 2016 nauw betrokken bij de Bee Deals, het programma waarin verschillende partijen samenwerken aan verbetering van de leefomgeving van bijen en andere bestuivers. Bezorgd over de schadelijke effecten van chemische gewasbeschermingsmiddelen op die leefomgeving, zocht Arjen al vroeg naar mogelijkheden om plaaginsecten op een niet-chemische wijze te bestrijden. Hij startte met natuurlijke vijanden in de kas, zo rond 2000. Gaandeweg is hij er steeds meer op gaan vertrouwen, de laatste 10 jaar ook in de buitenteelt. Trips, spint en witte vlieg bestrijdt hij nu met roofmijten, tegen luizen zet hij larven in van een galmug en, in de buitenteelt, sinds een jaar ook groene gaasvlieg. Ook mummies van sluipwespen zet hij wel eens uit. Voor larven van gele zweefvliegen, ook goede luizeneters, hoeft hij niets te doen. Deze komen vanuit de omgeving wel op het bedrijf terecht.

Vertrouwen in de biologie
“In het begin had ik wel slapeloze nachten”, vertelt Kok tijdens ons bezoek aan zijn bedrijf afgelopen najaar. “In de aardbeienteelt is de schadedrempel laag. De vrucht is snel beschadigd. Komt er trips in de bloem, dan raakt de vrucht misvormd en kun je deze alleen als klasse 2 verkopen.” Doorgaan met chemie voor de bestrijding van plaaginsecten werd steeds minder een optie. “Het pakket aan toegelaten middelen wordt steeds smaller. Bovendien heb je te maken met toenemende resistentie. Ik kreeg steeds meer problemen met trips, maar de middelen werkten niet meer”, vertelt Kok. Niet meer spuiten vond hij in het begin lastig. “Als je spuit heb je wel het idee dat je iets doet, dat je kan handelen en iets kan oplossen”, legt Kok uit. “In de biologie moet je vertrouwen krijgen, dat heeft tijd nodig.”

Preventie
“Preventief kun je al heel veel doen” vertelt Kok. In de potten met aardbeienplanten stopt hij preventief zakjes met roofmijten tegen spint, trips en witte vlieg. Als deze preventieve inzet tekortschiet, zet hij ook curatief roofmijten in. Galmuggen zet hij preventief in tegen luis. “Witte vlieg is pas sinds een paar jaar een probleem. Dit vind ik met mijn lange teeltperiode wel spannend”, zegt Kok. Ook probeert Kok de plaagontwikkeling te remmen door de planten, vooral het wortelgestel, sterker te maken met een biostimulant in combinatie met een Trichoderma schimmel.

Intensief scouten
Kok scout wekelijks zijn aardbeienplanten om te checken hoe het staat met de plaagdruk en de aanwezigheid van natuurlijke bestrijders. Eens in de 2-3 weken ondersteunt Robin van Wijk van Koppert hem daarbij. “Vooral bij warm weer kan het hard gaan. Luis is dan een grote bottleneck. Er moeten dan genoeg galmuglarven, sluipwespen of groene gaasvliegen aanwezig zijn om de luizen weg te eten. Ik adviseer daarin”, legt van Wijk uit, “maar de ondernemer beslist.”

Chemievrije aanpak plaaginsecten
De keuze voor biologie in plaats van chemie in de aanpak van plaaginsecten ziet Kok als noodzaak. Het vertrouwen in natuurlijke plaagbestrijding heeft Kok inmiddels wel gekregen, al blijft het bewaken van het evenwicht gedurende het lange teeltseizoen spannend. Chemie tegen plaaginsecten gebruikt hij in het geheel niet meer. Daarmee zou hij zijn eigen natuurlijke vijanden weer om zeep helpen. Op zijn bedrijf heeft hij juist verschillende bloemenstroken aangelegd om de voorraad natuurlijke bestrijders op peil te houden.

Nog geen oplossing voor orekruipers
Met de enorme hoeveelheid oorkruipers die Kok sinds drie jaar op zijn bedrijf aantreft, weet hij zich nog geen raad. In de teelt van hard fruit zijn deze dieren nuttig, in de aardbeienteelt zorgen ze voor schade aan het zachte fruit. Kok heeft nu bedacht dat eierdozen voor oorkruipers een aantrekkelijke schuilplek zijn. In grote getalen komen ze af op de eierdozen die Kok tussen zijn aardbeienplanten heeft gezet. Op deze manier verzamelt hij de dieren en geeft hij ze aan een perenkweker in de buurt. “Dit kost wel extra tijd”, legt Kok uit, “ze zitten er elke keer weer, maar dit is het enige wat we kunnen doen.”

Bij voorkeur groene middelen tegen schimmels”
Omgaan met schimmels is nog lastig”, zegt Kok. “In mijn kassen heb ik de potten al op hoogte staan, om schimmels te voorkomen, en kan ik ook aan klimaatbeheersing doen. In de buitenteelt kan dat niet en heb ik toch met meeldauw en bodemschimmels te maken, vooral in natte zomers. En schimmels zorgen voor uitval van planten.” Van Wijk begeleidt een aantal aardbeientelers die nu proberen om met aangepaste bemestingsschema’s planten weerbaarder te maken tegen ziekten en plagen. Voor Kok vraagt dit op dit moment een te grote aanpassing van zijn teeltsysteem. Voorlopig kiest hij ervoor om schimmels zoveel mogelijk met groene middelen te bestrijden. “En dat lukt grotendeels” zegt Kok.

Aardbeien met biologie
Het vermarkten van de aardbeien doet Kok zelf, samen met zijn vrouw Esmeralda. Zij hebben hun aardbeien zelfs een eigen merknaam gegeven. Op de aardbeienautomaten naast het woonhuis is duidelijk te zien dat het hier om ‘Kok aardbeien’ gaat. “Klanten vragen in de winkel vaak of het biologische aardbeien zijn”, zegt Esmeralda Kok. “Wij leggen dan uit dat we biologie gebruiken. We bestrijden beestjes zo natuurlijk mogelijk met natuurlijke bestrijders. Schimmels bestrijden lukt ons nog niet zonder chemie. Wel doen we dit grotendeels met groene middelen.” ‘Het is geen afweging op basis van financiën’ voegt Arjen Kok toe. “Deze manier van aardbeien telen is niet goedkoper. Maar het is wel de toekomst.”

Tekst: Annemarie Dekker, CLM, 5 februari 2024